Aan de wieg van de kinderzorg

Dr. Stephan Melchior, pediater in RZ Tienen van 1978 tot 2010

Geen materniteit zonder pediatrie, geen premature zorg zonder kwaliteitsvolle hospitalisatie voor kinderen. Dat was de missie van kinderarts dr. Stephan Melchior (76). Toen hij in 1978 in ons ziekenhuis startte, had hij nochtans weinig in de pap te brokken. ‘De zuster regelde alles op de materniteit. De huisartsen kwamen er bevallingen doen en volgden dan moeder en kind op. En er was geen kinderafdeling. Ik had vooral raadplegingen bij mij thuis. Gelukkig kreeg ik van de directie carte blanche om een kinderafdeling uit te bouwen, samen met de zorg voor premature baby’s. De nieuwe kinderafdeling ging in 1981 open. De couveusekamers hadden de modernste bewakingsapparatuur, daar stond ik op, ik had in Leuven tijdens mijn opleiding neonatologie gezien hoe het moest. Voor de kinderzorg in Tienen was dit een mooie vooruitgang. Samen met de gynaecologen hebben we gaandeweg de zorg voor moeder en kind in het ziekenhuis zelf in handen genomen. De kunstbevallingen, de eerste onderzoeken bij de pasgeborene, ouders informeren over de voeding. De materniteit bood een mooie afwisseling met het werk op pediatrie.’ 

De vraag naar specialistische zorg voor zuigelingen nam met de jaren toe. Van de 740 geboortes in 1998 verbleven 70 kindjes in de couveusekamers. Prematuurtjes, maar ook voldragen pasgeborenen die extra zorgen nodig hadden. Slechts 4 baby’s moesten tijdelijk naar een afdeling intensieve neonatologie van een ander ziekenhuis overgebracht worden, alle andere kindjes konden voor hun volledige behandeling bij ons blijven. In 1999 werd de prematurenzorg van kop tot teen vernieuwd tot een aparte dienst Neonatologie.

‘Ik heb drie drielingen meegemaakt in mijn carrière op de materniteit. Dat was bijzonder en brengt een zware verantwoordelijkheid mee. Maar als alles dan goed komt met hen, dan is het ook goed voor mij en sta ik daar niet langer bij stil. Waar ik wel stil en verdrietig van word, nu nog altijd, zijn de kindjes die we verloren hebben. Omdat ze niet levensvatbaar waren. Of door wiegendood. Kindjes die er hadden kunnen en moeten zijn.’ Vier jaar na zijn pensioen nam dr. Melchior het initiatief voor een kunstwerk opgedragen aan de sterrenkindjes, in de kloostertuin achter het ziekenhuis. Het toont een foetus die geborgen zit in de holte van een boom. Een gedenkteken voor het te vroeg afgebroken leven, een erkenning van het verdriet van ouders, en een boodschap aan de omgeving dat een vroeg verlies even moeilijk kan zijn als een laat verlies. Het blijft ook even stil aan onze tafel, bij deze herinneringen. Maar over de schoonheid van zijn beroep laat dr. Melchior geen twijfel bestaan. ‘Als ik opnieuw kon beginnen, zou ik het opnieuw doen.’