Onze eerstgeborene

Op 1 maart 1938 zoog Joseph Degeest de eerste lucht in zijn longetjes in het Heilig-Hartziekenhuis. En met hem werd ook de materniteit van Tienen geboren. Zuster Alphonse hielp de eerste boreling samen met huisdokter Mahieu op de wereld. In het goed bewaarde geboorteboek noteerde ze zorgvuldig met pen en inkt de naam en de medische gegevens over de bevalling: forceps/episiotomie. De tang kwam er aan te pas en moeder Pauline Van Gilbergen kreeg een knip. Ze verbleef bijna een maand lang in het ziekenhuis. Wat doet vermoeden dat het geen gemakkelijke bevalling geweest moet zijn. Of misschien wilden de zusters Pauline en haar eerste kindje extra in de watten leggen? Pauline was hun werkster en de vrouw van hun trouwe werkman ‘Fons van het Kabbeeks klooster’. ‘Mijn pa deed de herstellingen in het ziekenhuis en onderhield de mooie kloostertuin onder het toeziend oog van zuster Hélène. Terwijl werkte mijn ma in de keuken van het klooster en deed ze de was en strijk van de zusters. In ruil kregen we kost en inwoon in het tweede van de drie arbeidershuisjes in het steegje aan de achterkant van het klooster, in de Kloostergang.’ 

Het speelterrein van Jefke, zoals de zusters de eerstgeborene van hun materniteit noemden, strekte zich uit van de Kloostergang tot aan de poort die toegang gaf tot de kloostertuin, het verboden terrein. Urenlang trapte hij een balletje tegen de witgekalkte muren van het steegje, Heel af en toe mocht hij voor een boodschap door de poort over het pad naar het werkhuis van zijn vader gaan. Dat leverde hem dan veel karamellen op die de zustertjes op rust en de zieke novicen hem vanuit de hoge vensterraampjes van het klooster toewierpen. 

De 80-jarige Joseph Degeest maakt met ons een kleine wandeling door de Kloostergang, naar de resten van zijn ouderlijk huis. Dat brengt vele herinneringen naar boven. Van zijn fascinatie voor de wapens tegen de buitenmuur van de kapel, van de Duitse soldaten die er tijdens de Tweede Wereldoorlog de mis kwamen volgen. Over zijn dubbele shiften ’s ochtends vroeg als misdienaar, eerst voor de pastoor en daarna voor professor Vandereycken van het college, die ook nog eens een mis deed. ‘Of die ene keer dat ik in plaats van de duiven te raken, misschoot en de zusters glasscherven van hun loden raam op de communiebank in de kapel terugvonden … toen heb ik straf gekregen van mijn pa.’

Natuurlijk gaan we ook even langs op de jarige materniteit. Daar hebben de vroedvrouwen het allereerste geboorteboek voor hem klaargelegd. Met op de allereerste regel zijn naam. Wanneer hij ziet staan dat er voor zijn geboorte niet werd betaald, haalt Joseph zijn portefeuille boven om de rekening te vereffenen. 80 jaar jong en kwiek, zoals onze materniteit.