Op die tijd kocht ik er zeven!

Drie generaties bevallen bij ons

Drie weken jong is hij, de kleine Daan. Hij ligt niet wakker van wat zijn mama Katrien (29), grootmoeder Vera (56) en overgrootmoeder Josefa (80) vertellen. Josefa blaast dit jaar evenveel kaarsjes uit als de materniteit. Maar zelf werd ze ‘op den boer’ geboren, gewoon thuis. ‘Ik was er wel bij, maar kan er niks van vertellen,’ lacht ze. Over geboren worden, werd geheimzinnig gedaan in haar tijd: op een dag stond ze op en terwijl ze sliep, was er een zusje geboren. Een levende pop, maar eentje die niet klein blijft.

Zelf beviel Josefa in de jaren 50 en 60. ‘We woonden hier over de deur, in nummer 74. We kwamen in het klooster naar de mis en kenden de nonnekes. Zeven keer ben ik bevallen met zuster Serafine.’ Bij de laatste bevalling brak ’s nachts haar water. Met een handdoek en haar valiesje stak ze de straat over. ‘Zuster Serafine gaf me een pilletje en zei dat ik maar naar huis moest gaan en terugkomen als ik iets voelde.’  Rond half 6 ’s avonds - haar man was in bespreking met zijn broer - was het niet te houden. Josefa stelde haar man voor de keuze: ‘Als ge meegaat is het goed, als ge niet meegaat, ga ik nu alleen.’ Een kwartier later was het kindje er.

Of die zusters zich konden inleven in jonge mama ‘s? ‘Het was wel strenger. Je mocht bijvoorbeeld niet rondlopen met je kindje en ’s avonds haalden ze het weg.’ Bij Vera, in de jaren 80, sliepen de kindjes wel bij de mama. Vera werd bij haar beide lichtgewicht-dochters ingeleid. Ze koos niet voor epidurale verdoving. Dochter Katrien zucht: ‘Op voorhand wou ik geen epidurale, ik zou het zo wel kunnen. Maar toen de vroedvrouw rond 14 uur zei dat het kindje er misschien pas rond 19 uur zou zijn, besliste ik anders.’ Een bevalling loopt zelden zoals je ze in gedachten hebt. Eigenlijk moet je alle controle loslaten. Grootmoeder Josefa weet daar alles van: ze zag geen dokter tijdens haar zwangerschap en kon alleen maar vermoeden wanneer ze zou bevallen.

Daan hangt heerlijk tegen de buik van zijn mama. ‘Nu is hij rustig’, vertelt Katrien. ‘De begeleiding bij de borstvoeding was super hier. Maar je moet rap naar huis en dan moet je het alleen doen. Daan had constant honger.’ Ze stopte met borstvoeding. ‘Ik voel me daar schuldig over. Hier zou ik beter omringd geweest zijn.’ Moeder Vera was net blij dat ze snel naar huis mocht. Dochter Katrien woog nog geen 2,5 kg, maar de kinderarts had er alle vertrouwen in dat ze thuis in goede handen was: zowel Vera als haar man werken in de verpleging. ‘Bovendien had ik al ervaring van mijn eerste dochter,’ zegt Vera, ‘en ik had een ervaringsdeskundige.’ Knikkend wijst ze naar haar moeder. Moeders zijn een zegen. Voor raad en tips en hulp natuurlijk.

De vrouwen halen herinneringen op. Wie hun gynaecoloog was en hun vroedvrouw en hoe je vroeger van de arbeidskamer naar de verloskamer moest verhuizen. Vera herinnert zich nog het plafond op de kamer van de materniteit: ‘Er zaten putjes in van de champagnekurken.’ En de uitspraak van haar moeder in die kamer, die vergeet ze ook nooit. Haar bevalling werd ingeleid en pas na een dag en een nacht werd Katrien geboren. Toen Josefa binnenkwam, zei ze: ‘Op die tijd kocht ik er zeven!’ Hoe groot je kinderen zijn en hoe vlot je bevalling gaat, dat is duidelijk niet erfelijk bepaald. 
Katrien wist voor de geboorte dat het een jongen was, Vera wou het bij beide zwangerschappen niet weten en in de tijd van grootmoeder Josefa kón je het gewoonweg niet weten. ‘Soms hadden we zelfs nog geen naam. Na de geboorte van een zoon kwam mijn man terug van het stadhuis en zei: ‘Ik heb hem Luc genoemd.’ Zijn meter Lucienne was zo fier dat hij een stukje van haar naam had gekregen.’

Hun dankbaarheid aan de materniteit is groot. Vroeger was het anders, maar niet slechter, vindt Josefa. En tegenwoordig word je hier ‘keihard verwend’, zegt Katrien. ‘Doe zo verder,’ wenst Vera, ‘nog minstens 80 jaar!’