Soms hadden we meer leed met de mannen

Zuster Juliana, operatiezaalverpleegkundige van 1956 tot 1991

Als jong meisje droomde Marie Florence ervan om iets met ziekenzorg te doen. ‘Ik was de oudste van 12 kinderen en altijd in de weer voor mijn broers en zussen. Ik wist dat ik mensen wilde helpen en tegelijk mijn geloof wilde betuigen. Die combinatie vond ik bij de Grauwzusters.’ Ze was 20 jaar toen ze in 1946 toetrad tot het klooster. Na haar eeuwige gelofte ging Marie Florence als zuster Juliana door het leven, en in 1953 begint de zuster aan haar droom te bouwen. Ze gaat samen met zuster Ignatia naar de verpleegsterschool in Leuven. ‘We zaten samen op pensionaat en deelden een kamer. Om de 14 dagen mochten we op weekend naar het klooster.’

Zuster Juliana begint 3 jaar later in het operatiekwartier te werken. ‘Ik had wel wondverzorging gehad op school maar van instrumenteren en assisteren aan de operatietafel kende ik nog niets. De chirurgen leerden ons alles. Het was hard werken. Soms wel 5 operaties op een dag. Maar er werd ook gelachen. Eigenlijk waren we één grote familie. Het gaf me veel voldoening om anderen te kunnen helpen. Als de zieke weer naar huis mocht, was ik gelukkig. Het moeilijkste vond ik als er slachtoffers van auto-ongevallen binnenkwamen, of kinderen. Dat raakte me enorm.' Een begin- of einduur had de zuster niet, ze was dag en nacht beschikbaar.

‘De keizersnedes vond ik een aangename afwisseling. Ze  gebeurden toen nog onder algemene verdoving. De echtgenoot kon achter het raam meekijken en als het kindje geboren was, mocht hij de zaal binnenkomen en het kindje even in de armen nemen. We hadden soms meer leed met de mannen dan met de vrouwen. Dan vielen ze flauw in de zaal van al dat bloed te zien. Sommigen zelfs al op de gang. Ik zorgde er altijd voor dat een verpleegster in de buurt was om de mannen op te vangen.’