Vroedvrouwen Joy en Ann

Joy Moureau (22)

‘Ik werk hier bijna anderhalf jaar en het rijtje onvergetelijke bevallingsmomenten is al niet meer te tellen. Voor mij is het duidelijk dat ik geen andere job meer wil. Vroedvrouw ben je met hart en ziel. Elke dag zet ik nieuw leven op de wereld. Wat me keer op keer opnieuw raakt, is de eerste kennismaking van de baby met zijn ouders. Daar word ik gelukkig van. 
Wij werken in de verloskamer en op de materniteit. Dat is niet in alle ziekenhuizen het geval: je moet als vroedvrouw dan kiezen tussen de verloskamer en de afdeling. Ik volg de aanstaande mama’s al op van bij de vroedvrouwenraadpleging, ik begeleid hen tijdens de arbeid en bevalling en daarna zie ik ze terug op de afdeling. Dat schept een band en dat vind ik een groot pluspunt. Het liefst sta ik in de verloskamer. Ik hou van de uitdaging en de verantwoordelijkheid om alles mee in goede banen te leiden. Alles draait rond de veiligheid van mama en baby. Ouders goed ondersteunen en ervoor zorgen dat elk koppel op zijn manier mooie herinneringen heeft aan de bevalling, dat geeft me veel voldoening.
Soms kan het echt héél snel gaan. De kortste bevalling die ik ooit heb meegemaakt, duurde slechts twee minuten. De moeder kwam binnen in een rolstoel en is bijna onmiddellijk bij mij bevallen, terwijl ze nog in de rolstoel zat! Zelfs geen tijd om handschoenen aan te doen! Gelukkig stelden mama en baby het goed.’

Ann Decuypere (54)

‘Ik ben 32 jaar aan het werk en ondertussen heb ik sommige mama's van nu nog weten geboren worden. Het feit dat je iets kunt betekenen voor mensen in een intense periode van hun leven, is voor mij het belangrijkste. Ook als het niet loopt zoals verwacht of gewenst - een prematuurtje, een overlijden, een kindje met een afwijking, sociale problemen - wil ik mensen geven waar ze nood aan hebben: een professionele begeleiding, een luisterend oor, een goed gesprek, praktische regelingen. 
Een geboorte blijft voor mij iedere keer een wonder! Als dat kleine mensje zijn eerste schrei laat horen, voel je de ontlading en ontroering bij de ouders, bij ons en bij de gynaecologen. En als je beseft wat er allemaal fout kán gaan, is het een wonder dat de natuur dit meestal goed geregeld heeft ... 
Er zijn zoveel mooie, intense maar ook droevige momenten geweest, dat ik er niet echt eentje kan uithalen. De langste arbeid die ik ooit meemaakte, duurde drie dagen. Echt alles hebben we uit de kast gehaald om die arbeid op gang te krijgen. De fysieke vermoeidheid begon toe te slaan. Maar gelukkig is de vrouw uiteindelijk vlot en vaginaal bevallen! In ons vak moet je soms véél geduld hebben.
Zelf heb ik het voor namen die eindigen op een doffe e: Ine, Lore, Lieze, Hanne ... De namen van onze kinderen (Sanne, Nele en Jesse) passen dus in dat rijtje.’